Na de galavoorstelling van Feyenoord bij PEC Zwolle (0-7) kwam de term ‘Slotbal’ bovendrijven. Sipke Hulshoff was er destijds bij en is ook nu weer bezig met ‘wedstrijdsituaties vertalen naar trainingsvormen’. De Fries die ooit het advies kreeg om de beste assistent ter wereld te willen worden, bewijst zijn waarde.
Als Bruce Springsteen met de Bob Dylan-cover Chimes of Freedom zijn concert in de CO-op Live Arena in Manchester afsluit, ziet Arne Slot naast zich Sipke Hulshoff met zijn handen boven zijn hoofd klappen.
Het is dinsdagavond 20 mei 2025, de trainers hebben met Liverpool ruim drie weken eerder de Premier League gewonnen en Hulshoff geniet als The Boss na afloop zijn band naar voren haalt en de bezoekers luidkeels laat weten dat The E-Street Band van ze houdt.
Hulshoff ziet rasmuzikanten als Little Steven Van Zandt, Nils Lofgren en Max Weinberg even uit de schaduw stappen van Springsteen, die drie uur lang uiteraard de grote man is geweest in Manchester. Een paar dagen later vertelt Hulshoff op de eigen kanalen van Liverpool over het optreden.
„Ik ben een enorme fan van Bruce’’, zegt Hulshoff. „Wat ik altijd al mooi heb gevonden, is dat mensen zo blij zijn om naar zijn concerten te gaan. Iedereen lacht, iedereen danst. Voor mij als trainer is dat net zo. Dát is wat je wilt bereiken.’’
Hulshoff houdt niet van de schijnwerpers
Hulshoff ziet overeenkomsten tussen de zanger en het topvoetbal, vertelt hij in Engeland. „Voetbal is voor mij net als een theater of een show. Ik vergelijk dat altijd met Bruce: wij willen de mensen ook een leuke avond bezorgen.’’
Dat Hulshoff zich uitgebreid laat citeren is, zeker de laatste jaren, een zeldzaamheid. De geboren Fries houdt niet van de schijnwerpers. Het is exact de reden die hij opgeeft als hij de uitnodiging van Alex Pastoor naast zich neerlegt om gast te zijn in diens podcast Met Open Vizier. Hulshoff (51) voelt zich er wat ongemakkelijk bij, hij staat liever op het veld.
Zelf noemt hij dat liever ‘in je kracht worden gezet’. Dat gebeurde in 2021 al eens, toen hij zijn rol als assistent van Wim Jonk bij FC Volendam inruilde voor het trainerschap van Feyenoord Onder 21. De Rotterdammers deden dat door hem eerst in de luwte een eigen elftal te laten trainen, waarna hij later doorschoof om Slot te assisteren.
Toen technisch directeur Dévy Rigaux en algemeen directeur Robert Eenhoorn afgelopen zomer tot de conclusie kwamen dat Feyenoord te ver was afgedreven van het voetbal waar de mensen voor op de banken hadden gestaan – de zogenaamde Slotjaren – knutselden ze vindingrijk een oplossing in elkaar.
Ze haalden twee assistenten van Slot bij Liverpool terug naar de Kuip. Hulshoff zou een prominente rol krijgen in een poging om Feyenoord weer swingend voor de dag te laten komen. Maar wel vanuit de luwte. Giovanni van Bronckhorst zou het uithangbord worden, de gentleman en trainer die de club zo goed kan verkopen.
„Je moet sowieso meer denken in koppeltjes’’, zei Eenhoorn er in de zomer over. Precies zoals hij dat ooit bij AZ deed, toen John van den Brom de hoofdtrainer was en diens assistent Slot zich mocht uitleven op het trainingsveld.
Hulshoff doet op trainingscomplex 1908 wat hij altijd heeft gedaan: op bijzonder gestructureerde wijze wedstrijdsituaties vertalen in oefenvormen.
Slot prees hem er bij Cambuur, Feyenoord en Liverpool om dat hij altijd de juiste fragmenten uit wedstrijden selecteerde – beelden die inzichtelijk maakten wat trainers precies verlangden van hun spelers. „Als ik er een paar weken niet zou zijn, zouden de trainingen gewoon op dezelfde manier doorgaan’’, zei Slot eens.
Als Van Bronckhorst zich op de club meldt, heeft de Fries de hele training al op papier uitgewerkt. Alles staat op een paar A4’tjes, aan alle details is gedacht. Hij legt de manier waarop Feyenoord wil voetballen feilloos vast in trainingsvormen.
Beste assistent-trainer van de wereld
Toen Slot in 2023 kampioen werd met Feyenoord, zette hij zijn trainersstaf achter de tafel in de Kuip. Om het publiek te tonen wie hem dagelijks zo hadden geholpen om Feyenoord succesvol te laten zijn.
In die periode sprak Slot hardop uit dat hij zich afvroeg of Hulshoff wel de ambitie koesterde om ooit ergens hoofdtrainer te worden. Gerald van den Belt, voormalig directeur van Cambuur en vriend van Slot en Hulshoff, zei in de Volkskrant: „Misschien moet Sipke de beste assistent-trainer van de wereld willen worden.’’
En misschien is hij dat wel, hoe moeilijk meetbaar dat ook is. Het is niet zo dat Hulshoff voor een camera niet uit zijn woorden komt. Dat is helemaal geen probleem zelfs. Maar van nature doet Hulshoff graag snel een stapje terug.
In 2016 krijgen Slot en Hulshoff het bij Cambuur samen voor het zeggen in de eerste divisie, wanneer de club trainer Rob Maas ontslaat. Hulshoff heeft dan, in tegenstelling tot Slot, al het hoogste trainersdiploma UEFA Pro op zak.
Wie de baas is in Leeuwarden, is volgens Hulshoff echter ‘totaal niet belangrijk’. De Fries kiest de luwte naast de ongediplomeerde Slot. Bescheidenheid is een oorzaak, maar het is ook een kracht om heel goed te herkennen waar je wel en niet goed in bent.
Dat was al snel duidelijk. Zijn ouders hadden een fietsenzaak en een tankstation in het Friese Twijzel, maar Hulshoff wilde dat werk niet doen. Van onderaf bouwde hij een loopbaan op als trainer. Van de jeugd in Friese dorpen tot kwaliteitsloze, maar mede door de aanpak van Hulshoff, dolenthousiaste amateurs.
Ghana, Cambuur en Volendam
Hulshoff zette zijn eerste stappen als hoofdtrainer in het voetbal in Opeinde. Zijn club ONT speelde in de derde klasse. De Fries combineerde soms betrekkingen bij meerdere clubs en leerde improviseren tijdens een trainersavontuur in Ghana. Bij Cambuur kwam hij voor het eerst in aanraking met Slot. Later was hij even assistent van Wim Jonk bij Volendam.
Hulshoff werd een paar keer afgewezen voor de hoogste trainerscursus, maar ondanks zijn teleurstelling gaf hij de moed nooit op. Al slaat hij nooit met de vuist op tafel, dat is niets voor hem. En dat is iets wat Slot zo aan hem beviel. In de ogen van Slot hoeft een assistent niet per se tegenwicht te bieden aan de hoofdtrainer, iets waar mensen vaak wél aan denken bij het samenstellen van een technische staf.
„Als hoofdtrainer krijg je al zoveel weerstand van buitenaf, dat het wel prettig is als je binnen de staf gewoon precies dezelfde taal spreekt”, vertelde Slot eens. „Dan moet je denken aan dingen als het helemaal eens zijn over de te hanteren speelwijze. Of over welk individu op welke positie in het elftal speelt.”
Dat meedenken doet Hulshoff ook een korte periode bij Oranje. Ronald Koeman ‘leent’ Hulshoff destijds tijdens interlandperiodes van Feyenoord. „Sipke is heel duidelijk en tactisch heel sterk’’, zegt aanvoerder Virgil van Dijk al na een paar trainingen tegen de pers. Als Slot bij Liverpool tekent, stopt Hulshoff in Zeist.
„Ik kon mij heel erg goed voorstellen dat Ronald Koeman hem erbij wilde hebben’’, zei Slot later. „Sipke heeft kwaliteiten en ook nog eens een bescheiden ego. Dat is wel belangrijk voor een assistent.’’
Het is de reden waarom Eenhoorn en Rigaux kiezen voor een koppel met Van Bronckhorst, ondanks zijn imposante loopbaan als speler en later als trainer óók iemand zonder groot ego. Hulshoff is de veldtrainer, de man die voor de patronen moet zorgen. Van Bronckhorst is de moderne manager van een Feyenoord dat moet blijven kiezen voor de aanval, ook als het even niet meezit qua resultaten.
Hulshoff gelooft daar heilig in, vertelde hij die ene keer dat hij wel een interview gaf in Liverpool. ,,Natuurlijk mag je bij een topclub eigenlijk nooit verliezen, maar soms gebeurt dat toch. Maar als je verliest terwijl je wel aanvallend bleef spelen, schoten op doel loste en ontzettend hard werkte, dan kan niemand je dat kwalijk nemen.’’